Het laatste puzzelstukje: hypersensitiviteit

hypersensitief

Vandaag beschouw ik het woordje excentriek als een compliment, want bij veel van de mensen waar ik persoonlijk naar opkijk en die mij inspireren, is er wel een hoek af. En met uniek bedoel ik geen gecoördineerde vestimentaire uitschieters à la Bent Van Looy en Stromae of geënsceneerd bizar gedrag à la Lady Gaga en Miley Cyrus, maar onmiskenbare en inherente subtiliteiten in gedrag. Dankzij hen heb ik geleerd dat “speciaal” geen scheldwoord is en dat abnormaal ook meer-dan-normaal lief, leuk of gevoelig kan betekenen.

Maar dat is lang anders geweest. Na de kleuterklas (en van het moment er groepjes werden gevormd) liep het in mijn leven grondig mis: onder invloed van zware pesterijen evolueerde ik in een mum van tijd van een vrolijke, blije en gelukkige peuter met veel vriendjes naar een doodongelukkige 6-tot-12-jarige met chronische stress en een latente depressie. Ik was eigenlijk een lukraak gekozen slachtoffer, maar omdat ik zo naïef (soort Stockholmsyndroom: “De pester, mijn vriend”) en gevoelig was (snel wenen, dat zien pesters graag), bleef ik in die rol hangen. Na de pesterijen in het lager – die stopten op mijn 13e, maar die een desastreuze impact hebben gehad op mijn zelfvertrouwen – ontstonden er thuis veel spanningen (met mijn stiefvader, met wie ik nu een perfecte band heb). Van mijn 6e tot mijn 17e (het moment waarop ik mijn vriend leerde kennen en de band met mijn ouders 180° keerde), zijn er weinig dagen geweest waarop ik me niet zachtjes en eenzaam – al dan niet met onze hond in mijn armen – in slaap weende.

School overleefde ik grotendeels op automatische piloot. Ik had thuis – waar gevoelens bespreken tot voor kort nog een groot taboe was – geleerd om alles op te kroppen en mijn (diepste en zwaarste) problemen voor mezelf te houden. Op mijn 15e werd het me te veel en kreeg ik te kampen met zware hyperventilatie- en paniekaanvallen. Relaxatietherapie bood een tijdelijke oplossing, maar daarmee werd de kiem van mijn probleem niet aangepakt. Ik had gelukkig wel verschillende heel goede vriendinnen, bij wie ik mezelf kon en mocht zijn, om over mijn vriend en zijn fantastische familie nog maar te zwijgen. Bij hem en de zijnen leerde ik het belang van communicatie. En door het feit dat deze mensen me ondanks al mijn rariteiten, toch graag bleven zien, bloeide ik langzaam open.

In het voorbije jaar viel de puzzel ein-de-lijk in elkaar! Ik wist al enkele jaren dat ik hypersensitief was, maar had er verder nooit bij stilgestaan dan dat ik daarom snel ween en soms duizelig word in de Colruyt of misselijk van een straf ruikende parfum. Mijn hypersensitiviteit ligt uiteindelijk aan de basis van zowat al mijn kwaaltjes (spasmofilie, overactieve blaas, PDS, evenwichtsstoornissen (door luide muziek), hoofdpijn (door geurtjes), rode ogen (door nikkelallergie en alertheid)…), gedragingen (slecht geheugen, chaotisch praten, stil in grote groepen,…), gevoelens (snel geëmotioneerd en empathisch,…), karaktertrekjes (perfectionnistisch, people pleaser,…) en mijn angsten (paniekaanvallen,…). Zelfs mijn fructose-malabsorptie en het feit dat wildvreemde mensen mij voortdurend aanklampen om hun problemen te vertellen hebben hier mee te maken! Toen ik dat las viel er een enorme last van mijn schouders: ik weet nu dat ik lichtjes anders ben (lees: gevoeliger) dan normale mensen, maar perfect normaal als hooggevoelige persoon.


Hypersensitiviteit zit niet in je hoofd, maar in iedere vezel van je lichaam (het is geen psychologisch verschijnsel). Hypersensitiviteit is geen ziekte, maar een kenmerk: “de aard van het beestje”, zeg maar. Soms is het een last (wij worden snel overprikkeld en raken snel overgeëmotioneerd), soms een gave (er ontgaat ons niets). Sommige mensen spreken zelfs van een sixth sense, maar dat gaat voor mij een brug te ver (Ik heb wel enkele vreemde ervaringen gehad, maar dat is waarschijnlijk louter toeval). Hypersensitieve mensen of HSP’s hebben zo’n sterk ontwikkeld zenuwstelsel, dat al hun zintuigen (ogen, oren, smaak, tastzin) en organen, dubbel zoveel prikkels ervaren, opnemen en te verduren krijgen als die van ‘gewone’ mensen. Ik wil hier graag even nadrukkelijk beklemtonen dat hypersensitief geen eufemisme is voor “kleinzerig” of “zwak”, hoewel het voor veel niet-HSP’s zo overkomt. Dat vooroordeel zorgt vaak voor psychologische problemen bij de HSP’s, omdat ze zich niet begrepen voelen (“Je bent toch niet van suiker?”, “Doe eens niet flauw”,…). HPS’s voelen effectief meer pijn of prikkels, omdat hun zenuwen gevoeliger zijn. 


Ik heb me lang geschaamd en voortdurend verontschuldigd voor wie ik ben, maar in de laatste jaren heb ik geleerd om mezelf te accepteren zoals ik ben (en de scherpe kantjes gewoon een beetje bij te schaven). Ik zal nooit een keiharde bussiness woman worden – hoe hard ik ook probeer: ik kan niemand iets voorliegen of wijsmaken – ook al spreekt een job in de marketing me nog steeds aan. Mijn rechterhersenhelft en hypersensitiviteit hebben het spel gewonnen: heart over head – creativity over money. Wetende wat ik nu weet herken ik het verschijnsel ook bij anderen en de HSP in mij staat dan ook te popelen om te helpen; ik voel hun (onbegrepen) pijn, verdriet en emoties.

Diezelfde sterke emoties, waardoor ik vroeger zo van mezelf walgde, vind ik nu innemend en schattig bij anderen. Mijn idolen (om een groot woord te gebruiken) blijken tot mijn grote verrassing in het echte leven – ver buiten de spotlights en in de warmte van hun eigen thuis – zelfs vaak stille waters (met diepe gronden en een kinderlijk rijke verbeelding) en erg gevoelige zielen (enerzijds enorm innemend en lief, anderzijds heel kwetsbaar voor slechte kritiek, perfectionistisch en vatbaar voor depressies, verslavingen en burn-outs)… net als ik. Dit deed me beseffen dat de kunst er in bestaat van je oude zwakte je grote sterkte te maken.

Enkele groten der aarde (en fellow rare kwieten / HSP’s) die daar tot slot goed in geslaagd zijn: Edgar Allan Poe, Frida Khalo, Salvador Dali, Mozart, Greta Garbo, Deepak Chopra, Martin Luther King, Einstein, de Dalai Lama, Anthony Hopkins, Kurt Cobain, Björk, Drew Barrymore en Steven Spielberg. Zeg nu nog eens dat we niet flauw moeten doen! ;-)

Advertenties
Het laatste puzzelstukje: hypersensitiviteit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s